Spring naar inhoud

Apotheker

Middeleeuwse kruidentuinen waren de voorlopers van de moderne apotheek. Naast planten werden voor de bereiding van geneesmiddelen anorganische stoffen, zoals kwik en ijzer verwerkt.

Na de opkomst van de moderne scheikunde aan het einde van de 18de eeuw werden geneeskrachtige verbindingen ontdekt zoals coffeïne (1819), kinine (1820), aspirine (1899), adrenaline (1905), insuline (1922) en penicilline (1941).

Die ontdekkingen namen toe met de opkomst, vanaf 1850, van de eerste industriële farmaceutische bedrijven en namen een geweldige vlucht in de 20ste eeuw.

In de loop van deze ontwikkeling werd de vervaardiging van medicijnen steeds meer een zaak van gespecialiseerde apothekers en bedrijven.